ECLI:NL:RBARN:2005:AU1496
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.A.W. Snijders
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid onderzoek rijgeschiktheid wegens onvoldoende bewijs medicijngebruik
Verzoeker werd door het CBR verplicht zich te onderwerpen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid vanwege vermoedelijk gebruik van Temesta, een medicijn dat de rijvaardigheid kan beïnvloeden. Verzoeker betwistte het gebruik van Temesta op het moment van de aanhouding en stelde dat hij slechts enkele tabletten op 23 november 2004 had ingenomen, anderhalve dag voor zijn aanhouding op 25 november 2004.
De rechtbank oordeelde dat het CBR onvoldoende had gemotiveerd dat er een concreet verband bestond tussen het medicijngebruik en het besturen van het voertuig, zoals vereist in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid. Ook bleek niet dat verzoeker zelf had verklaard 40 tabletten Temesta te hebben gebruikt. Het bloedonderzoek toonde geen sporen van benzodiazepines aan.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het CBR een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het besluit geschorst tot zes weken na het nieuwe besluit op bezwaar. Verzoeker werd in de proceskosten en griffierecht tegemoetgekomen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak reeds een voorziening bevatte.
Uitkomst: Het besluit tot onderzoek rijgeschiktheid wegens vermoedelijk Temestagebruik wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.