ECLI:NL:RBARN:2005:AU2486

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
2 mei 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
05/379 R en 05/380 R
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:85 BWArt. 3 lid 1 IVOVerdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime (Trb. 1988, 130)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toepassing wettelijke schuldsaneringsregeling bij huwelijk onder Indonesisch recht

De rechtbank Arnhem behandelde het verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling van een man en zijn echtgenote, gehuwd onder Indonesisch recht. De rechtbank ging ervan uit dat zij buiten gemeenschap van goederen waren gehuwd en hun huwelijk hadden ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Hierdoor zijn beide echtgenoten aansprakelijk voor huishoudelijke schulden.

De man had in 2003 twee leningen afgesloten die hij aanvankelijk kon voldoen, maar hij kampte met een gokprobleem dat deels aan de schulden ten grondslag lag. Ondanks het ontbreken van goede trouw ten aanzien van een deel van de schulden, besloot de rechtbank hem toe te laten tot de schuldsaneringsregeling omdat hij in november 2004 met gokken was gestopt en zijn persoonlijke omstandigheden zwaar wogen.

De vrouw werd eveneens toegelaten tot de regeling omdat zij aansprakelijk is voor huishoudelijke schulden en er geen aanwijzingen waren dat zij schulden had die haar toelating zouden belemmeren. De rechtbank benoemde een rechter-commissaris en een bewindvoerder voor de procedure en gaf de bewindvoerder last tot het openen van aan de schuldenaar gerichte post.

Uitkomst: De rechtbank sprak de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit voor verzoekers, inclusief de echtgenote.

Uitspraak

Definitieve Toepassing Schuldsanering
insolventienummers: 05/379 R en 05/380 R rg
nummers verklaringen: TIE0110401409 en TIE0110500377
uitspraakdatum: 2 mei 2005
Rechtbank Arnhem,
ENKELVOUDIGE KAMER
[verzoeker]
en
[echtgenote],
beiden wonende te [woonplaats]
verzoekers,
Verzoeker is in het bijzijn van zijn echtgenote door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 25 april 2005.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoeker verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met betaling van zijn schulden.
De man heeft in oktober en november 2003 twee hoge leningen afgesloten (bij Defam en de Direktbank). Op grond van de stukken is voldoende aannemelijk dat hij de maandelijks op die leningen te betalen bedragen redelijkerwijs kon voldoen. Zo ging het bij de lening bij de Defam om een bedrag van € 79,- per maand en is op beide leningen tot oktober 2004 geen achterstand ontstaan. Verder is van belang dat de man een gokprobleem heeft gehad. Het is voldoende komen vast te staan dat een deel van de schulden verband houdt met dit gokken. De man is daarom niet te goeder trouw ten aanzien van het ontstaan van een deel van de schulden. De rechtbank zal de man desondanks tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toelaten. De rechtbank komt tot deze beslissing nu de man naar eigen zeggen in november 2004 met gokken is gestopt en de rechtbank mede op basis van de overige stukken in het dossier uitgaat van de juistheid van deze mededeling. Verder heeft de rechtbank gelet op de persoonlijke omstandigheden van verzoekers: zij hebben hun huurwoning wegens schulden vrijwillig verlaten en wonen in bij familieleden.
Voor wat betreft de vrouw geldt dat eerst onderzocht moet worden of zij schulden heeft dan wel aansprakelijk is voor door de man aangegane schulden. Op basis van de voorhanden zijnde gegevens concludeert de rechtbank dat op het huwelijk van verzoekers het Indonesisch recht van toepassing is. De rechtbank gaat er veronderstellenderwijs van uit dat verzoekers dan buiten enige gemeenschap van goederen zijn getrouwd. De rechtbank gaat er tevens vanuit dat verzoekers hun huwelijk hebben ingeschreven in het huwelijksgoederenregister van de rechtbank te ’s-Gravenhage. (Indien die inschrijving niet is gedaan geldt dat de vrouw aansprakelijk is voor de schulden alsof er een Nederlandse gemeenschap van goederen bestaat). Hiervan uitgaande geldt nog steeds dat beide echtgenoten aansprakelijk zijn voor de huishoudelijke schulden (art. 1: 85 B.W.). Dit is – onder meer - vastgelegd en bepaald bij de goedkeuring en bekrachtiging van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op het huwelijksvermogensregime (Trb. 1988, 130 en
insolventienummers: 05/379 R en 05/380 R 2
1992, 123). Dit betekent dus dat de vrouw in elk geval aansprakelijk is voor (een deel van) de schulden van de man. Uit de stukken van blijkt dat namelijk ook sprake is van huishoudelijke schulden. De slotsom is dat ook de vrouw tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toegelaten dient te worden.
Het betreft een hoofdinsolventieprocedure (artikel 3 lid 1 IVO Pro).
BESLISSING
De rechtbank:
- spreekt de definitieve toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:
[verzoeker] geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] en [echtgenote], beiden wonende te [woonplaats];
- benoemt tot rechter-commissaris mr. R.A. Boon,
en tot bewindvoerder mw. E. Slootman,
gevestigd te
Postbus 3049
6802 DA Arnhem;
- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.
Gewezen door mr. B.J. Engberts, lid van genoem¬de kamer en uitge¬spro¬ken ter open¬bare te¬rechtzit¬ting van 2 mei 2005 in tegen¬woor¬dig¬heid van de grif¬fier.