ECLI:NL:RBARN:2005:AU3904

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
15 september 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/2517 en AWB 05/3257
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54a AwbArt. 8:74 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling rechtstreeks beroep en behandeling bezwaarschriften inzake bouwvergunning afscheidingswanden

Eiseres verzocht de gemeente Buren om handhaving van afscheidingswanden op een begraafplaats. Na bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit verklaarde de gemeente het bezwaar gegrond en wees het verzoek om handhaving af vanwege verwachte legalisatie. Vervolgens verleende de gemeente bouwvergunning voor de afscheidingswanden.

Eiseres maakte bezwaar tegen beide besluiten en verzocht om rechtstreeks beroep bij de rechtbank, waarmee de gemeente instemde. De rechtbank oordeelt echter dat deze instemming kennelijk ten onrechte is gegeven, omdat er nog geen volledige inhoudelijke discussie heeft plaatsgevonden over de bouwvergunning en handhaving.

De rechtbank sluit het onderzoek en bepaalt dat de beroepschriften als bezwaarschriften worden behandeld, en dat de gemeente het betaalde griffierecht aan eiseres vergoedt. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank verklaart dat het bestuursorgaan ten onrechte instemde met rechtstreeks beroep en behandelt de beroepschriften als bezwaarschriften.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector bestuursrecht
Registratienummers: AWB 05/2517 en AWB 05/3257
Uitspraak
ingevolge artikel 8:54a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in de gedingen tussen:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Buren, verweerder.
1. Overwegingen
Ingevolge artikel 8:54a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, totdat partijen zijn uitgenodigd om op een zitting te verschijnen, het onderzoek sluiten, indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat het bestuursorgaan kennelijk ten onrechte heeft ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Naar het oordeel van de rechtbank is daarvan in het onderhavige geval sprake.
Zij overweegt daartoe het volgende.
Eiseres heeft verweerder in mei/juni 2004 verzocht om handhaving ten aanzien van afscheidingswanden (door eiseres aangeduid als: een betonnen bak) op de nieuwe begraafplaats aan de Blatumsedijk in Buren.
Bij brief van 27 augustus 2004 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om handhaving.
Dit bezwaar is behandeld door de Commissie bezwaarschriften gemeente Buren (de commissie). De commissie heeft verweerder geadviseerd het bezwaarschrift gegrond te verklaren en zo spoedig mogelijk een primair besluit te nemen op de aanvraag tot handhaving.
Bij besluit van 21 maart 2005, verzonden 1 april 2005, heeft verweerder het bezwaar tegen het niet tijdig nemen van een besluit op het verzoek om handhaving gegrond verklaard.
Bij besluit van (eveneens) 21 maart 2005, verzonden 1 april 2005, heeft verweerder het verzoek om handhavend op te treden afgewezen omdat binnen afzienbare tijd legalisatie van de afscheidingswanden te verwachten is.
Bij besluit van 4 mei 2005 heeft verweerder bouwvergunning verleend aan de gemeente Buren voor het plaatsen van de afscheidingswanden.
Tegen laatstgenoemd besluit van 21 maart 2005 en tegen het besluit van 4 mei 2005 heeft eiseres bezwaar gemaakt. In beide bezwaarschriften heeft eiseres verweerder verzocht om in te stemmen met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Bij besluit van 6 juli 2005 heeft verweerder ingestemd met de verzoeken van eiseres, waarna de bezwaarschriften door verweerder aan de rechtbank zijn toegestuurd.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder kennelijk ten onrechte ingestemd met rechtstreeks beroep bij de rechtbank.
Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het advies van de commissie, welk advies door verweerder is overgenomen, slechts betrekking had op de vraag of verweerder tijdig had beslist op het verzoek om handhaving. Uit dit advies noch uit de overige gedingstukken blijkt dat reeds een (uitputtende) inhoudelijke gedachtewisseling heeft plaatsgevonden tussen eiseres en verweerder over de vraag of voor de in geding zijnde afscheidingswanden bouwvergunning kan worden verleend en over de daarmee verband houdende vraag of handhavend moet worden opgetreden ten aanzien van de afscheidingswanden. Derhalve valt niet in te zien dat een heroverweging in bezwaar van de betreffende besluiten niet zinvol zou zijn.
De rechtbank acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 8:54a en 8:74 van de Awb wordt als volgt beslist.
2. Beslissing
De rechtbank
bepaalt dat verweerder de beroepschriften tegen laatstgenoemd besluit van 21 maart 2005 en tegen het besluit van 4 mei 2005 als bezwaarschrift behandelt;
bepaalt dat de gemeente Buren het door eiseres betaalde griffierecht van totaal € 276 (twee keer € 138) aan haar vergoedt.
Aldus gegeven door mr. D.J. Post, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Diest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2005.
De griffier, De rechter,
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Verzonden op: