ECLI:NL:RBARN:2005:AU4016
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. Smedema
- A.M. van Gorp
- J.P.M. Schwillens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag en doorrijden na verkeersongeval in Zutphen
Op 19 juni 2005 reed verdachte in Zutphen met zijn auto opzettelijk op een fietser in na een woordenwisseling over voorrang. De fietser raakte gewond en zijn fiets werd beschadigd. Verdachte reed door zonder zijn identiteit bekend te maken. Ten laste is gelegd poging tot doodslag en doorrijden na een ongeval.
De raadsman voerde aan dat verdachte zich vrijwillig binnen 12 uur had gemeld bij de politie, waardoor het OM niet-ontvankelijk zou zijn. De militaire kamer verwierp dit en oordeelde dat sprake was van voorwaardelijk opzet bij de poging tot doodslag. De auto werd als moordwapen beschouwd, hoewel verdachte niet de intentie had de fietser te doden.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte bewust de fietser en diens fiets aanreed en daarna doorreed zonder zijn identiteit te geven. De verklaring van verdachte over bedreiging werd als ongeloofwaardig verworpen. Een multidisciplinair rapport concludeerde dat verdachte niet verminderd toerekeningsvatbaar was.
De straf werd vastgesteld op 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief reclasseringstoezicht en therapeutische behandeling. Daarnaast werd een schadevergoeding van €470 toegewezen aan het slachtoffer, met een vervangende hechtenis van 9 dagen bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, deels voorwaardelijk, wegens poging tot doodslag en doorrijden na ongeval.