ECLI:NL:RBARN:2005:AU4290
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vrijstelling gebruik pand als uitvaartcentrum wegens parkeernormen en ruimtelijke ordening
Eisers verzochten vrijstelling op grond van artikel 19, lid 3, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het gebruik van een pand als multifunctioneel centrum, waaronder een uitvaartcentrum. Verweerder weigerde deze vrijstelling op basis van onvoldoende parkeergelegenheid, maatschappelijke onrust, ruimtelijke structuur en mogelijke planschadeclaims.
De rechtbank oordeelde dat het besluit van 15 juli 2004 deels een primair besluit was en deels een beslissing op bezwaar, waarbij het bezwaar van sommige eisers ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank stelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd dat de parkeerdruk door het gebruik onevenredig zou toenemen en dat de maatschappelijke onrust en ruimtelijke structuur onvoldoende zwaar mochten wegen.
Ook was de stelling dat mogelijke planschadeclaims de weigering rechtvaardigen onvoldoende onderbouwd. De rechtbank vernietigde het besluit van 21 februari 2005 voor zover het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank verweerder in de proceskosten van eisers en bepaalde dat het betaalde griffierecht wordt vergoed. Het beroep tegen de weigering van vrijstelling aan andere partijen werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van bezwaar.
Uitkomst: Het besluit van 21 februari 2005 wordt deels vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen over de vrijstelling met inachtneming van de uitspraak.