ECLI:NL:RBARN:2005:AU5322
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over goodwillvergoeding na beëindiging exploitatie horecagelegenheid De Taveerne
De zaak betreft een geschil tussen [eiser], die van 1999 tot 2003 de horecagelegenheid De Taveerne exploiteerde onder een (onder)huurovereenkomst met Stichting Fort Asperen (SFA), en SFA zelf. Na beëindiging van de samenwerking in 2003, startte SFA in 2004 een samenwerking met Labojo Catering voor de exploitatie van De Taveerne. [Eiser] vordert een goodwillvergoeding op grond van een afspraak in de beëindigingsovereenkomst en artikel 7:308 BW Pro, stellende dat SFA binnen drie jaar de horecagelegenheid opnieuw commercieel heeft verpacht aan Labojo, wat in strijd zou zijn met de afspraak.
SFA betwist dat er sprake is van (onder)huur tussen haar en Labojo en stelt dat het ondernemersrisico bij haar ligt, niet bij Labojo. De rechtbank overweegt dat [eiser] onvoldoende heeft gesteld en bewezen dat SFA voordeel geniet dat toe te schrijven is aan haar ondernemersactiviteiten. Ook is onvoldoende onderbouwd dat Labojo als commerciële uitbater in de zin van de afspraak kan worden aangemerkt.
De rechtbank wijst daarom de vordering van [eiser] tot goodwillvergoeding af. Tegelijkertijd wordt [eiser] veroordeeld tot betaling van een openstaande huurvordering van SFA ad € 3.330,56, vermeerderd met wettelijke rente. [Eiser] wordt veroordeeld in de proceskosten. Hiermee komt de procedure tot een einde met afwijzing van de vordering in conventie en toewijzing van de vordering in reconventie.
Uitkomst: Vordering tot goodwillvergoeding afgewezen; ex-huurder veroordeeld tot betaling openstaande huur aan Stichting Fort Asperen.