ECLI:NL:RBARN:2005:AU5997
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum bijstandsuitkering op grond van WWB en meldingsvereisten
Eiser, werkzaam geweest bij een werkgever met meerdere tijdelijke contracten, heeft zich meerdere malen gemeld bij het CWI voor een uitkering, eerst in het kader van de WW en later voor bijstand onder de WWB. De werkgever had de arbeidsovereenkomst beëindigd wegens overtreding van afspraken, waarna eiser zich meldde voor een WW-uitkering, die werd afgewezen vanwege loonbetalingsverplichtingen van de werkgever.
Eiser diende op 7 maart 2005 een melding in bij het CWI voor bijstand, waarop verweerder een bijstandsuitkering toewees met ingang van die datum. Eiser stelde dat eerdere meldingen bij het CWI ook als aanvraag voor bijstand moesten worden beschouwd en dat de uitkering met terugwerkende kracht moest worden toegekend.
De rechtbank stelt vast dat volgens vaste jurisprudentie bijstand in beginsel niet met terugwerkende kracht wordt toegekend, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. De eerdere meldingen van eiser bij het CWI waren gericht op de WW en niet ondubbelzinnig als aanvragen voor bijstand te kwalificeren. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en oordeelt dat de bijstand terecht is toegekend vanaf 7 maart 2005. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: De bijstandsuitkering is terecht toegekend vanaf 7 maart 2005; eerdere meldingen gelden niet als aanvraag voor bijstand.