ECLI:NL:RBARN:2005:AU9050
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijswaardering bij contractsovername en vordering resterende lening na caféoverdracht
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of eiser stilzwijgend had ingestemd met de contractsovername van leningen door betrokkene na overdracht van een café door gedaagde. De rechtbank verwees naar een tussenvonnis waarin was bepaald dat eiser slechts aanspraak kon maken op de helft van het gevorderde bedrag, omdat een eventuele gemeenschap tussen eiser en betrokkene niet aan gedaagde kon worden tegengeworpen.
Gedaagde bracht als bewijs een partijgetuigenverklaring in over een gesprek waarin eiser zogenaamd instemde met de contractsovername. De rechtbank oordeelde dat deze enkele verklaring onvoldoende was om instemming aan te nemen, mede omdat er geen aanvullend bewijs was dat betrokkene daadwerkelijk op de leningen had afgelost. Ook de stelling dat leningen gekoppeld waren aan exploitatieovereenkomsten werd onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank concludeerde dat gedaagde niet was geslaagd in het bewijs en veroordeelde hem tot betaling van een bedrag van € 3.238,67, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 mei 2003. De proceskosten werden gecompenseerd en de overige vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de helft van het gevorderde bedrag met wettelijke rente, overige vorderingen worden afgewezen.