ECLI:NL:RBARN:2005:AV0203
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zorgindicatie huishoudelijke verzorging en persoonlijke verzorging AWBZ
Eiser, met een ernstige aangeboren afwijking, ontving tot 1 januari 2005 huishoudelijke hulp op grond van een vervallen subsidieregeling en vroeg vervolgens zorgverlening aan op grond van de AWBZ. Verweerder stelde een zorgindicatie vast voor huishoudelijke verzorging en persoonlijke verzorging, waarbij de indicatie voor huishoudelijke verzorging na 4 augustus 2005 werd verlaagd van klasse 5 naar klasse 4. Eiser maakte bezwaar tegen de indicatie voor huishoudelijke verzorging en stelde dat de toegewezen zorgtijden onvoldoende waren, met name voor maaltijdvoorbereiding en boodschappen.
De rechtbank overwoog dat de zorgindicatie voor persoonlijke verzorging niet in geschil was en dat de indicatie voor huishoudelijke verzorging na 4 augustus 2005 juridisch juist was vastgesteld. De rechtbank bevestigde dat verweerder binnen zijn beoordelingsruimte het beleid omtrent doelmatige zorgverlening en redelijke aanspraak op zorg mag toepassen, inclusief het gebruik van voorliggende voorzieningen zoals boodschappendiensten. De toegewezen zorgtijd voor maaltijdvoorbereiding werd als redelijk beoordeeld, evenals de weigering om extra tijd toe te kennen voor boodschappen doen, aangezien een boodschappendienst beschikbaar is.
Eiser voerde aan dat de boodschappendienst niet passend was vanwege kosten, productverpakkingen en belemmering van zijn werkzaamheden als gemeenteraadslid. De rechtbank vond deze argumenten onvoldoende om af te wijken van het beleid. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer door het gebruik van de boodschappendienst werd als gerechtvaardigd beoordeeld vanwege het algemene belang bij het beheer van collectieve middelen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de zorgindicatie voor huishoudelijke verzorging wordt ongegrond verklaard.