ECLI:NL:RBARN:2005:AV1347
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.M.Th. Quaadvliet
- Rechtspraak.nl
Betalingsverplichting en vernietigingsoverwegingen in driepartijenovereenkomst
Eisers exploiteerden een eetgelegenheid in een gehuurd pand van gedaagde. Er ontstond een geschil over een driepartijenovereenkomst waarbij gedaagde zich sterk maakte voor de juiste betalingen van een bedrag dat betrokkene 1 aan eisers diende te betalen.
Gedaagde betaalde niet het volledige bedrag aan eisers maar keerde op verzoek van betrokkene 1 een deel terug, wat in strijd was met de overeenkomst. De echtgenote van gedaagde stelde vernietiging van de overeenkomst op grond van art. 1:88 lid 1 sub c BW Pro, omdat gedaagde zonder toestemming een verbintenis zou zijn aangegaan.
De rechtbank oordeelde dat het toestemmingsvereiste niet van toepassing was omdat gedaagde niet als borg of medeschuldenaar optrad, maar slechts als betaaladres. De vernietiging slaagde daarom niet.
De rechtbank veroordeelde gedaagde tot betaling van het openstaande bedrag van €9.360,- plus rente en proceskosten. Het beroep op vernietiging werd afgewezen en het geschil werd inhoudelijk beoordeeld.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van €9.360,- plus rente en kosten aan eisers.