2.2 Bij brief van 27 februari 2004 van de advocaat van Eyzenga werd de heer S. van Zenden van Hypotheken Geldexpert gevraagd om een bindend advies uit te brengen terzake van de aan Eyzenga, als gevolg van de gemaakte fout, toe te rekenen schade. De inhoud van deze brief, die ook namens [eiser] c.s door hun advocaat werd getekend, luidde, voor zover hier van belang als volgt:
“Op zich wordt door mijn cliënten de fout erkend.
Zoals u uit de processtukken en de daaraan gehechte correspondentie (...) kunt afleiden bestaat er overeenstemming over het feit dat er sprake is geweest van een fout in de advisering/begeleiding, maar discussiëren partijen (nog steeds) over de vraag of en zo ja in hoeverre hierdoor schade geleden wordt of zal worden door de heer [eiser] en mevrouw [eiseres]. In dit kader is tijdens de comparitie afgesproken dat partijen in onderling overleg een deskundige aanwijzen, die een bindend advies dient uit te brengen over de omvang van de aan de gemaakte fout toe te rekenen schade. ...
Bij het onderhavige verzoek om een bindend advies uit te brengen terzake van de aan de gemaakte fout toe te rekenen schade worden de volgende kanttekeningen geplaatst:
1. Aangezien het in het kader van de schade gaat om een vergelijking van de situatie zonder beroepsfout met de situatie ná de beroepsfout, dient door u (slechts) een vergelijking gemaakt te worden tussen enerzijds de uiteindelijk door de heer [eiser] en mevrouw [eiseres] afgesloten hypotheek en anderzijds de zogenaamde verlengbare Royal Residentie Standaard Hypotheek (met andere woorden: de Royal Basis Hypotheek dient buiten beschouwing gelaten te worden):
2. In de vergelijking zullen alle relevante aspecten betrokken moeten worden, dus niet alleen de hoogte van de rente, maar ook het verschil in vermogensopbouw etc.;
3. Indien, even enkel en alleen kijkend naar het rentepercentage, bij de huidige rente-stand geen schade geleden wordt (zoals mijn cliënten menen), zal vastgesteld dienen te worden vanaf welke rente stand wél schade geleden wordt en hoeveel dat dan is (bruto en netto);
4. Voor zover u verschillen constateert in de overige hypotheekvoorwaarden (vermogensopbouw etc.) wordt verzocht om die verschillen in uw advies te omschrijven en daarbij, zoveel mogelijk, aan te geven tot welke vermogensschade die verschillen leiden of kunnen leiden;
5. Het staat u vrij om, in het kader van uw advisering, partijen te benaderen met het verzoek u nadere informatie te verstrekken, mits u de andere partij van dit verzoek in kennis stelt en mits er voor zorg gedragen wordt dat de informatie ook aan de andere partij ter beschikking gesteld wordt;
6. Uw concept-rapport dient op voorhand aan mr Verweij en aan ondergetekende toegezonden te worden, waarbij beide partijen in de gelegenheid moeten worden gesteld om nadere vragen te stellen en opmerkingen te plaatsen en wel binnen een termijn van vier weken of een in nader overleg met partijen overeen te komen termijn;
7. Partijen zijn overeengekomen dat de kosten van uw advies gedragen zullen worden door de partij, die in het ongelijk wordt gesteld, waarbij aangetekend wordt dat, als uw conclusie zou luiden dat alleen bij een stijgend rentepercentage schade geleden zal worden, geen sprake is van een in het ongelijk gesteld worden van mijn cliënten, omdat mijn cliënten dit ook steeds beweerd hebben.