ECLI:NL:RBARN:2005:AV2014
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aftrek omzetbelasting bij verhuur ontvangstruimte en toepassing BUA
Eiseres, een onderneming die managementactiviteiten verricht, had een onderkelderde ontvangstruimte laten bouwen op gehuurde grond en bracht de omzetbelasting op de bouwkosten in aftrek. De ontvangstruimte werd vervolgens verhuurd aan [C] BV, waarbij werd geopteerd voor een met omzetbelasting belaste verhuur. Verweerder legde een naheffingsaanslag op ter correctie van deze aftrek.
De rechtbank oordeelt dat eiseres als afnemer van de bouwprestatie kan worden beschouwd, maar dat de ontvangstruimte vrijwel uitsluitend wordt verhuurd aan [C] BV. Het gebruik door eiseres zelf is marginaal. De rechtbank stelt vast dat de verhuur niet kan worden belast met omzetbelasting omdat [C] BV de ontvangstruimte gebruikt voor relatiegeschenken en personeelsverstrekkingen, waarvoor het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 (BUA) de aftrek van voorbelasting uitsluit.
De rechtbank verwerpt het verweer van eiseres dat het BUA onverbindend zou zijn wegens strijd met Europese richtlijnen. De toepassing van het BUA is in lijn met artikel 11 lid 4 van Pro de Tweede richtlijn en artikel 17 lid 6 van Pro de Zesde richtlijn. Gelet op het overschrijden van de drempelbedragen in het BUA is de aftrek van voorbelasting terecht uitgesloten en is de naheffingsaanslag terecht opgelegd. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.