ECLI:NL:RBARN:2005:AX7750
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nietigheid niet-concurrentiebeding in afnameovereenkomst zorgaanbieder en zelfstandige slager
Eiser was jarenlang in dienst als slager bij gedaagde, een zorginstelling, en startte daarna een eigen bedrijf. Partijen sloten een beëindigingsovereenkomst waarbij eiser inventaris overnam en gedaagde een startkapitaal verstrekte. In deze overeenkomst was een afnamebeding opgenomen waarbij gedaagde zich verplichtte vlees- en kipproducten exclusief bij eiser af te nemen zolang eiser zijn bedrijf uitoefende.
Gedaagde wilde de overeenkomst opzeggen vanwege bezuinigingen en stelde dat het niet-concurrentiebeding nietig was op grond van de Mededingingswet en EG-verordening 2790/1999. De kantonrechter toetste of de overeenkomst de mededinging beperkte en of de uitzonderingen van artikel 7 Mw Pro van toepassing waren.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde als AWBZ-zorgaanbieder een onderneming is en dat het beding een verticale overeenkomst met een niet-concurrentiebeding betreft. De exclusieve afname van vlees- en kipproducten beperkte de mededinging en was niet beperkt in tijd. De omzet van gedaagde overschreed de drempel voor toepassing van de uitzondering in artikel 7 Mw Pro, waardoor het beding nietig was. Conversie naar een andere overeenkomst werd afgewezen omdat geen alternatieve geldige overeenkomst bestond.
De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De nietigheid geldt vanaf 1 april 2003 en beperkt zich tot het afnamebeding; overige afspraken zoals overname inventaris en startkapitaal blijven geldig.
Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen en het niet-concurrentiebeding is deels nietig wegens strijd met de Mededingingswet.