ECLI:NL:RBARN:2005:AZ9584
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting onterecht wegens onvoldoende bewijs bij geldwisseltransactie
De inspecteur legde aan eiser, een horeca-ondernemer, een navorderingsaanslag en boete op voor het jaar 2000, gebaseerd op een wisseltransactie van 40.270 DM bij een Duitse bank. De Belastingdienst stelde dat dit bedrag niet in de aangifte was verwerkt en maakte dit tot belastbaar inkomen.
Eiser betwistte dit en verklaarde dat hij incidenteel geld wisselde voor derden, maar kon geen namen of lijsten overleggen. Tijdens het boekenonderzoek en de zitting werd vastgesteld dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat het bedrag tot de omzet van eiser behoorde. De rechtbank oordeelde dat de bewijslast niet kon worden omgekeerd en dat de inspecteur niet had voldaan aan zijn bewijsverplichting.
De rechtbank vernietigde daarom de navorderingsaanslag en de boetebeschikking, en veroordeelde de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van voldoende bewijs bij het opleggen van navorderingsaanslagen op grond van vermoedens.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boetebeschikking worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs door de Belastingdienst.