ECLI:NL:RBARN:2005:BA0776
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Beoordeling naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens inrichting laadruimte auto
Eiser was houder van een auto met een laadruimte die minder dan 25 cm hoger is dan de cabine. Op 25 juni 2004 constateerde een ambtenaar van de Belastingdienst tijdens een visuele controle dat de auto niet voldeed aan de inrichtingseisen voor een bestelauto, omdat de laadruimte niet was voorzien van geblindeerde zijruiten en er geen volledig tussenschot aanwezig was.
Naar aanleiding hiervan legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting op, berekend naar het tarief voor personenauto's. Eiser betwistte deze aanslag en stelde dat de auto altijd aan de eisen had voldaan en dat de waarnemingen onjuist waren, mede omdat hij niet was staande gehouden en er geen foto’s waren gemaakt.
Een nader onderzoek op 13 januari 2005 toonde aan dat de auto toen wel voldeed aan de inrichtingseisen. De rechtbank oordeelde echter dat de bewijslast bij de Belastingdienst lag en dat de rapporten en verklaringen van de ambtenaren voldoende aannemelijk maakten dat de auto op het moment van de visuele controle niet voldeed aan de eisen. De door eiser overgelegde foto’s waren niet overtuigend en boden geen duidelijkheid over de situatie op de controledatum.
De rechtbank concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de auto op het moment van controle niet voldeed aan de inrichtingseisen voor een bestelauto.