ECLI:NL:RBARN:2005:BA0837
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar inkomstenbelasting wegens termijnoverschrijding
Eiser maakte op 7 januari 2005 bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 1999, 2000 en 2001, die op 3 oktober 2001 waren opgelegd. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn van zes weken.
Eiser stelde dat hij pas kort voor het indienen van het bezwaar de aanslagen had ontvangen, omdat hij sinds 2001 geruime tijd gedetineerd was geweest en bepaalde perioden in het buitenland verbleef. De rechtbank oordeelde dat eiser ten tijde van oplegging van de aanslagen stond ingeschreven op het adres waar de aanslagen naartoe waren gestuurd en dat hij geen regeling had getroffen voor postdoorzending. Dit vormde geen rechtvaardiging voor de termijnoverschrijding.
Ook het bezwaar tegen de voorlopige aanslag 2001 werd als gericht tegen de definitieve aanslag van 28 oktober 2004 beoordeeld, maar ook dit bezwaar was niet tijdig ingediend. De rechtbank vond geen sprake van verschoonbare termijnoverschrijding en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens niet tijdig ingediend bezwaar zonder verschoonbare termijnoverschrijding.