ECLI:NL:RBARN:2005:BA9622
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging van vergrijpboetes wegens onjuiste IB-aangiften over meerdere jaren
Eiser heeft voor de jaren 2000, 2001 en 2002 onjuiste IB-aangiften gedaan waarbij te hoge premies voor lijfrente werden opgegeven. Verweerder legde navorderingsaanslagen en vergrijpboetes op. Na bezwaar handhaafde verweerder deze besluiten. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Arnhem.
De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslagen terecht waren omdat er sprake was van een nieuw feit tijdens een doelgroepcontrole in 2003, waardoor verweerder niet eerder kon weten dat de premies te hoog waren opgegeven. Eiser voerde aan dat hij handelde in vertrouwen op zijn adviseur, maar de rechtbank vond dat hij lichtvaardig had gehandeld, wat grove schuld oplevert.
Hoewel een boete van 25% passend is, vond de rechtbank het niet redelijk dat eiser voor drie jaren dezelfde boete kreeg, waardoor cumulatie van boetes ontstond. Daarom werd de boete voor 2000 gehandhaafd en die voor 2001 en 2002 gehalveerd. Het beroep werd voor 2000 ongegrond verklaard en voor 2001 en 2002 gegrond verklaard, met vernietiging en matiging van de boetes. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: De boetes voor 2001 en 2002 worden gehalveerd, terwijl de boete voor 2000 in stand blijft.