Uitspraak
1.De procedure
2.De verdere beoordeling
136.401,95resterende schade per 1 januari 2006.
- dagvaarding EUR 77,56
- vast recht 3.632,00
- salaris procureur
Rechtbank Arnhem
Eiseres vordert vergoeding van kosten voor mantelzorg en huishoudelijke hulp over een lange periode, van respectievelijk 1 september 2001 tot 28 november 2028 en 1 maart 1999 tot 28 november 2028. De rechtbank baseert zich op een deskundigenbericht van een expert verbonden aan het NRL, waarin de omvang van de vordering en de wettelijke rente zijn berekend, rekening houdend met reeds betaalde voorschotten door Rijnstate.
De partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen het deskundigenbericht, waardoor de rechtbank de berekeningen overneemt. Dit leidt tot een resterende vordering van 136.401,95 euro per 1 januari 2006, vermeerderd met wettelijke rente vanaf die datum tot volledige betaling.
De rechtbank veroordeelt Rijnstate tot betaling van dit bedrag aan eiseres, inclusief de proceskosten die aan de zijde van eiseres worden begroot op 13.709,56 euro. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is in het openbaar uitgesproken op 21 juni 2006.
Uitkomst: Rijnstate wordt veroordeeld tot betaling van 136.401,95 euro plus wettelijke rente en proceskosten aan eiseres.