ECLI:NL:RBARN:2006:AU9683
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van hoge eigen bijdrage AWBZ en toepassing overgangsregeling
Eiser maakt bezwaar tegen de vaststelling van de hoge eigen bijdrage in het kader van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) door verweerder, die per 8 januari 2005 is vastgesteld op € 650,08 per maand. Het bezwaar is ongegrond verklaard, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Arnhem.
De rechtbank overweegt dat eiser sinds 8 juli 2004 in een AWBZ-instelling verblijft en dat de overgangsregeling in artikel 24 van Pro het Bijdragebesluit van toepassing is. De rechtbank volgt het oordeel van de Centrale Raad van Beroep dat de toepassing van artikel 14 van Pro het Bijdragebesluit in deze situatie terecht is. De rechtbank stelt vast dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een overgangsregeling en dat de door eiser aangevoerde rechtsongelijkheid tussen personen die voor of na 1 juli 2004 zijn opgenomen, een gevolg is van deze beleidskeuze.
Verder oordeelt de rechtbank dat de stellingen van eiser over schending van het vertrouwensbeginsel, rechtszekerheid en gelijkheidsbeginsel niet slagen. De rechtbank benadrukt dat verweerder gebonden is aan de dwingende tekst van het Bijdragebesluit en dat onjuiste of onvoldoende voorlichting niet leidt tot het buiten toepassing laten van de wet. De correctie van het inkomen met buitengewone uitgaven is volgens de rechtbank terecht toegepast.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de hoge eigen bijdrage AWBZ wordt ongegrond verklaard.