ECLI:NL:RBARN:2006:AV0436
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling na zedendelict en opgelegde schadevergoedingsmaatregel
Verzoeker heeft op 14 november 2005 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een totale schuldenlast van bijna €14.000,-. Een groot deel van deze schulden betreft een vordering van €4.739,32 ontstaan na een strafrechtelijke veroordeling wegens meermalen plegen van ontucht en verkrachting van een minderjarige onder zijn zorg, waarvoor een gevangenisstraf en een schadevergoedingsmaatregel van €4.000,- zijn opgelegd.
Tijdens de terechtzitting op 2 januari 2006 verklaarde verzoeker dat hij de gevangenisstraf heeft uitgezeten en vrijwillig een alcoholcursus volgt. Hij heeft een betalingsregeling getroffen voor de schadevergoedingsmaatregel, maar het CJIB heeft deze stopgezet wegens vermeende niet-naleving van de afspraken, hetgeen verzoeker betwist.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker niet te goeder trouw is in de zin van artikel 288 Fw Pro lid 2 onder b, mede vanwege de ernst van het gepleegde delict en het feit dat verzoeker bewust zijn financiële belangen en die van schuldeisers op het spel heeft gezet. Ook de mogelijke nadelige gevolgen voor het slachtoffer bij toelating tot de schuldsaneringsregeling wegen mee. De persoonlijke omstandigheden van verzoeker leiden niet tot een ander oordeel. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het niet te goeder trouw zijn van verzoeker na ernstige zedendelicten en opgelegde schadevergoedingsmaatregel.