Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBARN:2006:AV0473

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
11 januari 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
134817
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:19 lid 1 BWArt. 2:19 lid 4 BWArt. 2:23c BWArt. 2:248 BWArt. 2:248 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Faillietverklaring van ontbonden besloten vennootschap wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur

De rechtbank Arnhem behandelde het verzoek tot faillietverklaring van de besloten vennootschap [verweerder] B.V., die volgens het bestuur was ontbonden en opgehouden te bestaan. Verzoekster, Beheermaatschappij '[verzoekster]' N.V., stelde dat er nog baten aanwezig waren en dat het bestuur kennelijk onbehoorlijk had gehandeld.

De rechtbank overwoog dat het oordeel van het bestuur over het ontbreken van baten toetsbaar is door de rechter, zeker wanneer een schuldeiser faillissement aanvraagt. Vast stond dat [verweerder] B.V. niet meer betaalde en dat aan de normale faillissementsvereisten was voldaan. Daarnaast was summierlijk gebleken dat er nog baten zijn, onder meer een mogelijke vordering tegen de voormalige bestuurders wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur op grond van artikel 2:248 BW Pro.

De rechtbank wees erop dat de jaarrekening over 2002 niet tijdig was gedeponeerd, wat een aanwijzing is voor kennelijk onbehoorlijk bestuur en aansprakelijkheid van bestuurders jegens de boedel. Ook waren er andere aanwijzingen voor onbehoorlijk bestuur. Op basis hiervan werd het faillissement uitgesproken en werd een curator benoemd om de afwikkeling te verzorgen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de besloten vennootschap [verweerder] B.V. failliet wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur ondanks eerdere ontbinding.

Uitspraak

Rechtbank Arnhem
Sector civiel recht
Zaaknummer: 134817
Insolventienummer: 06/14 F / es
Datum vonnis: 11 januari 2006
Vonnis
op het verzoek van
de naamloze vennootschap
BEHEERMAATSCHAPPIJ ‘[verzoekster]’ N.V.,
verzoekster,
procureur mr. W.J.G.M. van den Broek,
tot faillietverklaring van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[verweerder] B.V.,
gevestigd te Arnhem,
verweerster,
verschenen in persoon.
De gang van zaken
De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift strekkende tot faillietverklaring van [verweerder] B.V. Het verzoek is ingediend namens de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beheermaatschappij ‘[verzoekster]’ N.V., statutair gevestigd te [adres] (nader te noemen: verzoekster). Het verzoek is ter zitting van 4 januari 2006 behandeld. Namens verzoekster is verschenen mr. M.S.W. Begheijn. Namens [verweerder] B.V. is verschenen [verweerder]. De uitspraak is op heden bepaald.
De beoordeling
In dit geval doet zich de bijzondere omstandigheid voor dat verzoekster op 15 augustus 2005 door een besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders (art. 2: 19 lid 1 B.W.) is ontbonden en dat het bestuur opgaaf heeft gedaan aan het handelsregister bij de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Centraal Gelderland dat er op het tijdstip van ontbinding geen baten meer (zouden) zijn en dat de verzoekster is opgehouden te bestaan (art. 2: 19 lid 4 B.W.).
Door de voormalig (mede-)aandeelhouder en medebestuurder van [verweerder] B.V. is er ter zitting op gewezen dat [verweerder] B.V. is opgehouden te bestaan. Het is echter vaste jurisprudentie dat het oordeel van het bestuur van een ontbonden rechtspersoon geen baten meer heeft en is opgehouden te bestaan, vatbaar is voor toetsing door de rechter indien een schuldeiser, stellende dat de rechtspersoon nog baten heeft, het faillissement aanvraagt. De rechter dient dan niet alleen te beoordelen of aan de vereisten voor faillietverklaring is voldaan, maar moet ook de vraag beantwoorden of summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn. Is aan bedoelde voorwaarden voldaan en wordt deze vraag bevestigend beantwoord, dan moet het faillissement worden uitgesproken en moet de rechtspersoon geacht worden ter afwikkeling van het faillissement te zijn blijven bestaan (HR 27 januari 1995 NJ 1995, 579).
In dit geval staat vast dat verzoekster een vordering heeft op [verweerder] B.V. en dat [verweerder] B.V. in de toestand verkeert dat zij heeft opgehouden te betalen. Aan de (“normale”) vereisten voor faillietverklaring is dus voldaan.
De rechtbank is verder van oordeel dat summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn. Namens verzoekster is ter zitting – onweersproken – gesteld dat de jaarrekening over 2002 niet tijdig openbaar zijn gemaakt (zijn gedeponeerd) zodat op grond van art. 2: 248 Fw. niet alleen geldt dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur maar ook dat – behoudens tegenbewijs – moet worden aangenomen dat dit kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is geweest. Op grond hiervan zijn de bestuurders jegens de boedel – de gezamenlijke crediteuren – hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort. Daarnaast is aangevoerd dat er - ook buiten de te late deponering van de jaarrekening - anderszins aanwijzingen zijn voor onbehoorlijk bestuur. Alles overziende is de rechtbank van oordeel dat summierlijk is gebleken dat er nog baten zijn, zijnde in dit geval een mogelijke vordering jegens de (voormalige) bestuurders van [verweerder] B.V. op grond van art. 2: 248 B.W.
De slotsom is dat het faillissement van [verweerder] B.V. moet worden uitgesproken.
De beslissing
De rechtbank:
verklaart
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerder] B.V., statutair gevestigd te [adres], ingeschreven bij de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland onder nummer 09120702,
in staat van faillissement;
benoemt tot rechter-commissaris het lid van deze rechtbank mr. B.J. Engberts;
stelt aan tot curator mr. S.V. Hardonk
Postbus 560
6800 AN Arnhem
geeft last aan de curator tot het openen van aan de gefailleerde gerichte brieven en telegrammen.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.J. Engberts en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van W.H. van Alst als griffier op 11 januari 2006.
de griffier de rechter