ECLI:NL:RBARN:2006:AV1844
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering kennelijk onredelijk ontslag imam wegens weigering Nederlandse taal te leren
De heer [eiser] was sinds 1996 als imam in dienst van de stichting Moslims te Ede. De arbeidsovereenkomst werd meerdere keren verlengd en uiteindelijk omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. De stichting beëindigde het dienstverband per 1 september 2004 met als redenen onder meer de weigering van [eiser] om Nederlandse les te volgen en zijn beperkingen bij het uitvoeren van gebedsdiensten.
De kantonrechter oordeelt dat de stichting voldoende heeft aangetoond dat zij herhaaldelijk heeft aangedrongen op het volgen van Nederlandse taallessen en dat [eiser] hieraan geen gevolg heeft gegeven. De weigering om Nederlands te leren vormt een gegronde ontslaggrond die niet voorgewend of vals is. De gevolgen van het ontslag, waaronder het verlies van zijn verblijfsvergunning, leiden niet tot het oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk is.
Daarnaast is vastgesteld dat de stichting onterecht vaste bedragen op het salaris van [eiser] heeft ingehouden voor huisvesting, zonder specificatie of verrekening van kosten. De kantonrechter kwalificeert dit als een feitelijke huurovereenkomst die niet schriftelijk is overeengekomen en veroordeelt de stichting tot betaling van € 9.188,10 netto aan onterecht ingehouden loon.
De vorderingen tot herstel van de arbeidsovereenkomst en schadevergoeding worden afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vordering tot kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen, maar de stichting wordt veroordeeld tot betaling van onterecht ingehouden loon.