ECLI:NL:RBARN:2006:AV2012
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- M.M. Bijker-Veen
- Rechtspraak.nl
Toekomstige waardestijging grond niet in aanmerking bij afschrijving opstal
Eiser trad per 1 januari 1999 toe tot een maatschap en nam een belang in onroerende zaken met stille reserves. Voor de opstallen op verschillende panden werd in de aangifte inkomstenbelasting 1999 een willekeurige afschrijving toegepast, waarbij ook een toekomstige waardestijging van de grond werd meegenomen.
De inspecteur corrigeerde deze afschrijving omdat hij van mening was dat bij afschrijving al rekening moest worden gehouden met een toekomstige waardestijging van de grond. De rechtbank oordeelt echter dat volgens het arrest HR 2 januari 1958 alleen een reeds gerealiseerde, aanmerkelijke en blijvende waardestijging in aanmerking mag worden genomen.
Partijen kwamen ter zitting overeen dat een restwaarde van 22% moet worden gehanteerd bij afschrijving van de opstallen en verbouwingskosten. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, stelt het verlies over 1999 vast op ƒ240.453 negatief en bepaalt dat de wettelijke rente vanaf de datum van de verliesbeschikking wordt vergoed. Proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank stelt het verlies over 1999 vast op ƒ240.453 negatief en wijst de wettelijke rente toe.