ECLI:NL:RBARN:2006:AV2044
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verklaring voor recht toerekenbare tekortkoming bij levering besmet veevoer
In deze civiele zaak vordert eiseres betaling van een openstaande factuur voor geleverde veevoeder in 2002. Gedaagde betwist betaling en vordert in reconventie een verklaring voor recht dat eiseres toerekenbaar tekort is geschoten door besmet veevoer te leveren, waardoor hij schade leed.
De rechtbank oordeelt dat het factuurbedrag verschuldigd is en wijst deze vordering toe. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De reconventionele vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen omdat de vordering is verjaard conform artikel 6 van Pro de Algemene Voorwaarden Diervoederindustrie, die een verjaringstermijn van één jaar na aflevering hanteert.
De rechtbank stelt dat de termijn van één jaar begint te lopen vanaf het moment dat gedaagde bekend was met de schade en de aansprakelijke partij, wat in juni 2002 was. De vordering tot schadevergoeding is pas in maart 2005 ingesteld, te laat volgens de verjaringstermijn. De rechtbank wijst de reconventionele vordering af en veroordeelt gedaagde in de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag en reconventionele schadevordering wordt afgewezen wegens verjaring.