ECLI:NL:RBARN:2006:AV3354
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- D. van Driel van Wageningen
- Rechtspraak.nl
Geschil over eigendomsgrens en verlegging afwateringssloot tussen percelen in Rhederlaag
De zaak betreft een civiel geschil tussen [eiser] c.s. en RGV over de exacte ligging van de eigendomsgrens tussen percelen in de gemeente Bahr en Lathum, sectie F, nummers 869 en 878, en de positie van een afwateringssloot die door RGV op eigen terrein is gegraven.
Na twee notariële transportakten uit 1999 en aanwijzingen in 2001 is onduidelijkheid ontstaan over de bedoelde eigendomsgrens, waarbij de sloot deels op het perceel van [eiser] c.s. ligt. RGV heeft bezwaar gemaakt bij het kadaster tegen de kadastrale oppervlakte, maar dit bezwaar is afgewezen. [Eiser] c.s. vorderen daarom dat RGV de sloot verlegt en dempt.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast voor het afwijkende verloop van de juridische eigendomsgrens bij RGV ligt. De akten en bijlagen bieden onvoldoende duidelijkheid over de grens. Daarom wordt RGV toegelaten bewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoren, om de partijbedoeling omtrent de grens vast te stellen.
De rechtbank wijst de zaak toe voor nader bewijs en stelt een procedure vast voor het opgeven van getuigen en het houden van getuigenverhoren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden totdat dit bewijs is geleverd.
Uitkomst: RGV wordt toegelaten bewijs te leveren over de bedoelde eigendomsgrens en de zaak wordt aangehouden voor getuigenverhoren.