ECLI:NL:RBARN:2006:AV6545

Rechtbank Arnhem

Datum uitspraak
13 maart 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
135305
Instantie
Rechtbank Arnhem
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens overconsumptie en niet-goedertrouwheid

De verzoekster heeft op 22 december 2005 een verzoekschrift ingediend voor toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de terechtzitting van 6 maart 2006 is vastgesteld dat verzoekster is opgehouden met betalen en redelijkerwijs niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden.

De rechtbank constateert dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest bij het ontstaan van een aantal schulden. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat een belangrijk deel van de schulden is ontstaan door overconsumptie. Zo heeft zij samen met haar toenmalige echtgenoot in 2001 een krediet afgesloten en dit in 2003 verhoogd tot €12.000, terwijl het al duidelijk was dat zij de lasten moeilijk konden voldoen.

Na de scheiding zijn nieuwe schulden ontstaan, waaronder telefoonschulden en achterstallige autoverzekeringspremies. Ondanks haar betalingsproblemen heeft verzoekster in februari 2006 een auto aangeschaft voor €400, wat de rechtbank verwijtbaar acht. Daarnaast staan er vier openstaande boetes wegens verkeersovertredingen. Gezien deze omstandigheden wijst de rechtbank het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.

Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens overconsumptie en niet-goedertrouwheid.

Uitspraak

afwijzing toepassing schuldsanering
rekestnummer: 135305/FT-RK 05.2045 / es
nummer verklaring: [nummer]
uitspraakdatum: 13 maart 2006
Rechtbank Arnhem,
ENKELVOUDIGE KAMER
[verzoekster], wonende te [adres]
verzoekster,
heeft op 22 december 2005 een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Verzoekster is gehoord ter terechtzitting van 6 maart 2006.
Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Verzoekster verkeert in de toestand dat zij heeft opgehouden te betalen, dan wel dat redelijkerwijs is te voorzien dat zij niet zal kunnen voortgaan met betaling van haar schulden.
Van een grond voor afwijzing van het verzoek is wel gebleken.
Verzoekster is ten aanzien van het ontstaan van een aantal schulden niet te goeder trouw geweest. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat een belangrijk deel van de schulden is ontstaan door overconsumptie. Verzoekster heeft toen zij nog gehuwd was samen met haar toenmalige echtgenoot in 2001 een krediet afgesloten bij de ABN-Amro bank en diverse artikelen aangeschaft bij postorderbedrijven. Het krediet bij de ABN-Amro hebben zij in 2003 nogmaals verhoogd tot een bedrag van € 12.000,--. Vóór het afsluiten van dit krediet was al duidelijk dat zij de lasten die voortvloeiden uit de diverse openstaande vorderingen al moeilijk konden voldoen. Toch hebben zij voornoemd krediet verhoogd.
Nadat zij en haar partner uit elkaar zijn gegaan zijn onder meer telefoonschulden ontstaan en een achterstand in de premie van haar autoverzekering.
Verzoekster heeft ter zitting verklaard dat zij al geruime tijd niets kan aflossen aan de diverse schuldeisers. Desondanks heeft zij nog in februari 2006 een auto aangeschaft voor een bedrag van € 400,--. Het spreekt voor zich dat het aflossen op schulden prioriteit had behoren te hebben boven de aanschaf van een auto, waaruit nieuwe lasten voortvloeien. Tot slot staan nog vier boetes open terzake verkeersovertredingen. De laatste pleegdatum is 14 februari 2006. De rechtbank acht het aangaan en onbetaald laten van deze schulden verwijtbaar.
Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling dient derhalve te worden afgewezen.
- 2 -
rekestnummer: 135305/FT-RK 05.2045 / es
nummer verklaring: [nummer]
BESLISSING
De rechtbank:
- wijst het verzoek af.
Gewezen door mr. F.M.T. Quaadvliet, lid van genoem-de kamer, en uitge-spro-ken ter open-bare te-rechtzit-ting van 13 maart 2006 in tegen-woor-dig-heid van de grif-fier.