ECLI:NL:RBARN:2006:AV7391
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. Vierveijzer
- N.W. Huijgen
- S.H.M. van der Heiden
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor geraffineerde vernieling van meubelstukken met voorwaardelijke straf en behandeling
De rechtbank Arnhem heeft op 29 maart 2006 een 73-jarige vrouw veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk beschadigen van een groot aantal meubelstukken bij zes verschillende meubelzaken verspreid over Nederland. De feiten vonden plaats tussen juni 2004 en juni 2005 en betroffen onder meer het heimelijk beschadigen van banken, stoelen en fauteuils met een scherp voorwerp, waarbij verdachte telkens handelde op momenten dat zij zich onbespied waande.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de vernielingen heeft gepleegd, mede op basis van haar bekennende verklaringen, getuigenverklaringen en aangetroffen bewijsstukken zoals treinkaartjes. Verdachte werd vrijgesproken van enkele tenlastegelegde feiten waarvoor onvoldoende bewijs was. Psychiatrisch onderzoek concludeerde dat verdachte leed aan een chronische persoonlijkheidsstoornis en posttraumatische stress, waardoor zij sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, maar niet volledig ontoerekeningsvatbaar.
De verdediging voerde psychische overmacht aan, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat geen sprake was van een onweerstaanbare psychische drang. Gezien de ernst van de feiten, de recidive en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 25 maanden op, waarvan 20 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een bijzondere voorwaarde opgelegd dat verdachte zich moet houden aan aanwijzingen van de reclassering, waaronder het ondergaan van ambulante behandeling en het gebruik van voorgeschreven medicatie.
De rechtbank kende aan twee benadeelde partijen voorschotbetalingen toe voor materiële schade van respectievelijk €9.014,59 en €10.000, terwijl andere vorderingen werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing of omdat de schade niet rechtstreeks door bewezen feiten was veroorzaakt. De inbeslaggenomen persoonlijke goederen van verdachte werden teruggegeven. De straf en voorwaarden zijn mede gebaseerd op gewijzigde wetgeving omtrent de maximale duur van voorwaardelijke gevangenisstraffen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 25 maanden gevangenisstraf, waarvan 20 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarde tot ambulante behandeling en gedragsaanwijzingen.