ECLI:NL:RBARN:2006:AV7741
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- V.M. van Daalen-Mannaerts
- L.B.M. Klein Tank
- J.H.M. Delnooz-Engels
- Rechtspraak.nl
Waarde in het economisch verkeer van onroerende zaak vastgesteld op verkoopprijs na waardepeildatum
Eiser, aandeelhouder van een holding, stelde dat de waarde van zijn pand per 1 januari 2001 gelijk was aan de door een taxateur vastgestelde waarde van 3,8 miljoen gulden. Subsidiair stelde hij dat een verlies van 100.000 gulden in aanmerking moest worden genomen vanwege roerende zaken die in de verkoopprijs waren inbegrepen. De inspecteur stelde dat de waarde 3 miljoen gulden bedroeg, gelijk aan de verkoopprijs kort na de waardepeildatum, en dat geen verlies kon worden erkend.
De rechtbank oordeelde dat de verkoopprijs van 3 miljoen gulden, die slechts vier maanden na de waardepeildatum tot stand kwam, de waarde in het economisch verkeer weerspiegelt. Er was geen bewijs van onzakelijke verkoop of grote waardeveranderingen in die periode. Het taxatierapport hield rekening met een horeca-bestemming en inventaris die niet in de verkoop waren inbegrepen, waardoor het een vertekend beeld gaf.
De subsidiaire stelling over het verlies wegens roerende zaken werd verworpen omdat onvoldoende duidelijkheid was over de waarde en aanwezigheid van deze zaken bij de verkoop. Ook een verzoek om herverdeling van aftrekposten in de belastingaangifte werd afgewezen omdat de aanslag van de echtgenote onherroepelijk vaststond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Arnhem op 22 februari 2006.
Uitkomst: De rechtbank stelt de waarde van het pand op 1 januari 2001 vast op de verkoopprijs van 3 miljoen gulden en verklaart het beroep ongegrond.