ECLI:NL:RBARN:2006:AV8556
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling kredietsaldo ondanks wanprestatie tussen krediet- en beleggingsovereenkomst
Op 4 mei 2001 sloten IDM en gedaagden een kredietovereenkomst voor een doorlopend krediet van €13.613,41 met maandelijkse aflossing. Tegelijkertijd sloten gedaagden met dezelfde tussenpersoon een beleggingsovereenkomst, die later frauduleus bleek. De tussenpersoon werd failliet verklaard in 2003.
Gedaagden stelden dat de beleggingsovereenkomst nietig of vernietigbaar was wegens het ontbreken van vergunning, dwaling, bedrog en misbruik van omstandigheden, en dat daardoor ook de kredietovereenkomst ongeldig zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het om twee afzonderlijke overeenkomsten ging en dat wanprestatie van de tussenpersoon jegens gedaagden niet aan IDM kon worden toegerekend.
Verder voerden gedaagden aan dat IDM onvoldoende kredietwaardigheidstoets had gedaan en onvoldoende toezicht hield op de tussenpersoon. De rechtbank verwierp deze stellingen wegens gebrek aan onderbouwing en omdat IDM haar verplichtingen had nageleefd.
Ten slotte werd geoordeeld dat gedaagden het kredietbedrag contant hadden ontvangen en dat het risico van de tussenpersoon voor hun rekening kwam. De rechtbank veroordeelde gedaagden tot betaling van het kredietsaldo van €9.647,10 plus rente en kosten aan IDM.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van het kredietsaldo van €9.647,10 plus rente en kosten aan IDM.