ECLI:NL:RBARN:2006:AW2422
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van gemiddelde rendementsgrondslag bij late verkrijging banktegoed in box 3
Eiser heeft tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 bezwaar gemaakt omdat een banktegoed dat hij pas medio december 2003 ontving, volledig werd meegenomen in de gemiddelde rendementsgrondslag voor box 3. Volgens eiser is dit onredelijk omdat hij slechts een korte periode over dit bedrag kon beschikken.
De rechtbank stelt vast dat artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 duidelijk voorschrijft dat het vermogen aan het begin en het einde van het kalenderjaar wordt meegenomen bij de berekening van het gemiddelde. Dit betekent dat ook het banktegoed dat eind 2003 ter beschikking kwam, moet worden meegenomen.
Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de onredelijke uitwerking in dit geval, kan zij de wettelijke bepaling niet toetsen aan de redelijkheid en billijkheid. De wetgever heeft bewust gekozen voor een ruwe systematiek. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het bezwaar af.
De rechtbank ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en bevestigt dat de uitspraak openbaar is gedaan op 6 maart 2006.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 wordt ongegrond verklaard omdat het banktegoed eind 2003 moet worden meegenomen in de gemiddelde rendementsgrondslag.