ECLI:NL:RBARN:2006:AW2515
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erfgenaamschap en hervatting procedure na overlijden betrokkene
De rechtbank Arnhem beoordeelt of eiser 1 en eiser 2 als erfgenamen van de overleden betrokkene 1 moeten worden aangemerkt en of de procedure tegen hen kan worden hervat.
Eiser 1 heeft de nalatenschap verworpen, maar gedaagde stelt dat zij deze al zuiver heeft aanvaard door daden van aanvaarding, zoals het leiden van de drukkerij en het genieten van inkomsten. De rechtbank oordeelt dat de werkzaamheden van eiser 1 ten behoeve van de drukkerij niet als zuivere aanvaarding gelden, mede omdat de nalatenschap volgens testament en verklaring van toedeling aan de weduwe (betrokkene 2) is toegedeeld. Hierdoor wordt eiser 1 geacht nooit erfgenaam te zijn geweest en wordt de procedure tegen haar niet hervat.
Eiser 2 is bij testament benoemd tot erfgenaam en heeft de nalatenschap niet verworpen. De rechtbank oordeelt dat eiser 2 erfgenaam is, ook al heeft hij nog geen keuze gemaakt omtrent de langstlevendentestamentregeling. Hervatting van de procedure tegen eiser 2 wordt toegestaan, maar de rechtbank wijst op de beperkte verhaalbaarheid van vorderingen op de nalatenschap vanwege de toedeling aan betrokkene 2 en haar schuldsanering.
De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere akten van partijen en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Eiser 1 is geen erfgenaam en procedure tegen haar wordt niet hervat; procedure tegen eiser 2 wordt hervat onder voorwaarden.