ECLI:NL:RBARN:2006:AW2542
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beslaglegging op personenauto wegens naheffingsaanslag BPM en geschil over eigendom
Op 2 oktober 2005 werd een Duitse personenauto, bestuurd door betrokkene 1, in beslag genomen wegens het niet betalen van de BPM en een boete. Eiser stelt eigenaar te zijn van de auto en vordert opheffing van het beslag en teruggave van het voertuig, alsmede een voorschot op schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van eigendom op het moment van beslaglegging. De overgelegde Duitse kentekenbewijzen waren niet op zijn naam gesteld of dateren van na de beslaglegging, waardoor deze niet als bewijs kunnen dienen. Het verweer dat het beslag onrechtmatig is wegens registratie in het buitenland faalt omdat de BPM verschuldigd is van degene die de auto feitelijk ter beschikking heeft.
De vordering tot opheffing van het beslag wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. Ook de vordering tot voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en spoedeisend belang.
Het vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en uitgesproken op 14 maart 2006.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van het beslag en betaling van voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen.