ECLI:NL:RBARN:2006:AX0677
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A. Huidekoper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling meewegen uitzendperiode bij afvloeiingsregeling dienstjaren
Eiser was vanaf 2 januari 2002 werkzaam bij Exendis als uitzendkracht en trad vanaf 1 september 2002 rechtstreeks in dienst. Vanwege bedrijfseconomische redenen werd een groep medewerkers, waaronder eiser, ontslagen met toepassing van een sociaal plan dat was overeengekomen met vakbonden.
Eiser vorderde een verklaring dat zijn uitzendperiode van acht maanden meegeteld moest worden bij de berekening van de dienstjaren voor de afvloeiingsregeling, wat zou leiden tot een hogere ontslagvergoeding. Exendis verweerde zich gemotiveerd en stelde dat alleen de periode van het daadwerkelijke dienstverband meetelt.
De kantonrechter stelde vast dat het sociaal plan letterlijk moet worden uitgelegd en dat het begrip 'dienstverband' gebruikt wordt zonder aanwijzingen voor een extensieve uitleg. Ook verwees de kantonrechter naar het LIFO-beginsel uit het Ontslagbesluit, dat de duur van het dienstverband bij de werkgever als beslissend criterium hanteert.
Omdat tijdens de onderhandelingen over het sociaal plan niet is gesproken over het meetellen van uitzendperiodes, concludeerde de kantonrechter dat deze niet bij de dienstjaren mogen worden geteld. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De uitzendperiode wordt niet meegeteld bij de berekening van de dienstjaren voor de afvloeiingsregeling; vordering afgewezen.