ECLI:NL:RBARN:2006:AX3031
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging vonnis ontbinding huurovereenkomst wegens vermeende overlast
Eisers huurden een woning van Talis en klaagden herhaaldelijk over geluidsoverlast van de buren, de familie [betrokkene]. Talis voerde aan dat de klachten ongegrond waren en dat eisers de verhouding met de buren ernstig hadden verstoord. Na een bewijsprocedure ontbond de kantonrechter de huurovereenkomst en veroordeelde eisers tot ontruiming binnen 14 dagen.
Eisers gingen in hoger beroep en verzochten de voorzieningenrechter de tenuitvoerlegging van het vonnis te schorsen zolang het hoger beroep loopt. Zij stelden dat het vonnis berustte op een kennelijke juridische misslag en dat het bewijs onjuist was, onder meer vanwege de verklaring van de buurtconciërge die volgens hen onwaarheden had verteld.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bewijsopdracht door Talis was nagekomen en dat de kantonrechter geen juridische misslag had gemaakt. De verklaring van de buurtconciërge werd niet als meineed aangemerkt, en nieuw bewijs kon in hoger beroep worden ingebracht, maar niet leiden tot schorsing van de executie. Ook de psychische gesteldheid van eiser bood onvoldoende grond voor schorsing. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis tot ontbinding huurovereenkomst wordt afgewezen.