ECLI:NL:RBARN:2006:AY0519
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Arnhem wijst verzet tegen tenuitvoerlegging belastingaanslagen af wegens onvoldoende twijfel over materiële verschuldigdheid
De rechtbank Arnhem behandelde het geschil tussen eiseres en de Ontvanger van de Belastingdienst over de tenuitvoerlegging van dwangbevelen ter zake van aanslagen inkomstenbelasting en premieheffing 2001. Eiseres betwistte de aanslagen en verzocht om uitstel van betaling, maar de Ontvanger eiste zekerheid en vaardigde dwangbevelen uit.
De rechtbank hoefde niet de juistheid van de aanslagen te beoordelen, maar moest marginaal toetsen of de materiële verschuldigdheid zo twijfelachtig was dat de Ontvanger niet tot tenuitvoerlegging had mogen overgaan. Eiseres stelde dat de aanslagen onjuist waren vanwege fiscale correcties op de verkoop van melkquotum en de vorming van een herinvesteringsreserve, en dat de Ontvanger onrechtmatig handelde door de dwangbevelen uit te vaardigen.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het standpunt van de Ontvanger twijfelachtig was. Ook was niet gebleken dat de Ontvanger in strijd met de Leidraad Invordering 1990 of algemene beginselen van behoorlijk bestuur had gehandeld. Het verzet werd daarom afgewezen en de Ontvanger werd niet aansprakelijk gehouden voor eventuele schade.
In reconventie stelde de Ontvanger dat het verzet kansloos was en misbruik van recht betrof, maar de rechtbank kon dit niet beoordelen in deze procedure en wees ook deze vorderingen af. Ten slotte werden partijen in de proceskosten veroordeeld, waarbij de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad werden verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de tenuitvoerlegging van de dwangbevelen wordt afgewezen en de Ontvanger is niet aansprakelijk voor schade.