ECLI:NL:RBARN:2006:AY0533
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over invordering dwangsommen wegens illegale paardenschuur en verjaring
Eiser plaatste zonder bouwvergunning een paardenschuur op zijn perceel, waarop de gemeente meerdere malen aanmaningen stuurde om het bouwwerk te legaliseren of te verwijderen. Na het uitblijven van verwijdering legde de gemeente een last onder dwangsom op met een begunstigingstermijn van twee maanden. Eiser maakte bezwaar en verzocht om voorlopige voorziening, waardoor de begunstigingstermijn tijdelijk werd opgeschort.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot voorlopige voorziening af, waarna de dwangsommen weer konden verbeurd worden. Eiser stelde dat hij de schuur op tijd had verwijderd en dat de gemeente onrechtmatig handelde door onduidelijkheid te scheppen over de begunstigingstermijn en de invordering van dwangsommen. De rechtbank stelde vast dat de schuur niet eerder dan 28 januari 2004 volledig was verwijderd en dat de begunstigingstermijn eindigde op 15 december 2003.
De rechtbank oordeelde dat de gemeente terecht aanspraak maakt op een bedrag van €6.000 aan dwangsommen. De verjaring van de vordering was tijdig gestuit door een aangetekende brief van de gemeente. De stelling van eiser dat de gemeente in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur handelde, werd verworpen. Wel werden de invorderingskosten van €1.249,50 afgewezen omdat deze niet waren gespecificeerd in het dwangbevel. Het dwangbevel werd deels buiten werking gesteld en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het dwangbevel werd deels buiten werking gesteld voor een deel van de dwangsommen en invorderingskosten, met veroordeling van eiser in proceskosten.