ECLI:NL:RBARN:2006:AY3637
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding advocaat niet ten onrechte op nihil gesteld ondanks formeel verzuim hoger beroep
In deze bestuursrechtelijke procedure stond de vergoeding voor rechtsbijstand centraal. De Raad voor rechtsbijstand had de vergoeding voor de toegevoegde advocaat op nihil gesteld omdat het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) niet-ontvankelijk was verklaard wegens een formeel verzuim. Volgens de Raad was daardoor geen juridische bijstand verricht waarvoor vergoeding kon worden toegekend.
De advocaat stelde dat er wel degelijk juridische bijstand was verleend, namelijk het instellen van het hoger beroep, en dat het formele verzuim niet voorzienbaar was omdat slechts een blanco pagina met stempel niet was meegezonden. De rechtbank overwoog dat het feit dat het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens een formeel verzuim niet betekent dat er geen rechtsbijstand is verleend. Noch de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) noch het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr 2000) bieden aanknopingspunten om vergoeding te weigeren op grond van onvoldoende kwaliteit van de rechtsbijstand.
De rechtbank concludeerde dat de Raad voor rechtsbijstand ten onrechte de vergoeding op nihil had gesteld en vernietigde het bestreden besluit. De Raad werd bevolen een nieuw besluit te nemen en het betaalde griffierecht van €138 aan de advocaat te vergoeden. Het beroep werd gegrond verklaard.
Deze uitspraak benadrukt dat vergoeding voor rechtsbijstand niet kan worden geweigerd louter omdat een procedure niet-ontvankelijk wordt verklaard door een formeel verzuim, zolang de advocaat daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat de vergoeding voor de advocaat niet ten onrechte op nihil is gesteld.