ECLI:NL:RBARN:2006:AY3891
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering Harting-Bank wegens niet-besteksconforme inschrijving bij Europese aanbesteding Wvg-hulpmiddelen
De Liemerse gemeenten schreven een Europese aanbesteding uit voor de levering van rolstoelen, vervoers- en woonvoorzieningen in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Harting-Bank diende een inschrijving in die volgens de gemeenten niet voldeed aan het referentiemodel en de minimumeisen zoals vastgelegd in het bestek. Na een herbeoordeling en verificatiebijeenkomst concludeerden de gemeenten dat Harting-Bank producten had aangeboden die niet aan de gestelde eisen voldeden, met name voor kantelrolstoelen (groep 2a) en elektrische buitenwagens (groep 5).
Harting-Bank stelde dat haar producten, waaronder de 'Invacare Clematis' rolstoel en diverse scootmobielen, wel aan de eisen voldeden, maar de rechtbank oordeelde dat de inschrijving niet besteksconform was. Zo was de rolstoel niet standaard voorzien van een eendelig afneembaar voetenplankje en waren de scootmobielen niet conform de gevraagde maximumsnelheden, waarbij latere aanpassingen als wijziging van de inschrijving werden gezien en niet toegestaan.
RSR Revalidatieservice trad op als tussenkomende partij en stelde dat haar inschrijving wel aan de eisen voldeed. De rechtbank liet RSR toe als tussenkomende partij, wees echter haar vorderingen af wegens onvoldoende inzicht in haar eigen inschrijving en omdat de opdracht reeds aan haar was voornemen toe te kennen.
De rechtbank veroordeelde Harting-Bank in de proceskosten en wees haar vorderingen af, waarmee de inschrijving van Harting-Bank als niet-besteksconform werd bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van Harting-Bank af wegens niet-besteksconforme inschrijving en bevestigt dat de Liemerse gemeenten de opdracht aan RSR mogen gunnen.