ECLI:NL:RBARN:2006:AY4927
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over nakoming overeenkomst saneringswerkzaamheden en restverontreiniging perceel
In deze zaak staat centraal de vraag of Biosoil toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar overeenkomst met Arns over saneringswerkzaamheden op een perceel te Driel.
Partijen sloten in februari 2001 een overeenkomst waarbij Biosoil tegen betaling saneringswerkzaamheden zou uitvoeren. De offerte en correspondentie geven aan dat de sanering deels multifunctioneel en deels functioneel (in situ) zou plaatsvinden, met een mogelijke restverontreiniging op enkele locaties. De sanering werd eind 2004/begin 2005 afgerond, waarna een evaluatierapport van de provincie Gelderland stelde dat het perceel geschikt was voor alle gebruiksdoeleinden, waaronder woningbouw, ondanks beperkte restverontreiniging.
Biosoil vorderde betaling van het restant van de aanneemsom, terwijl Arns stelde dat Biosoil tekort was geschoten door niet volledig multifunctioneel te saneren en door de aanwezigheid van restverontreiniging. De rechtbank oordeelde dat de overeenkomst en de redelijke verwachtingen van partijen geen volledige multifunctionele sanering zonder restverontreiniging vereisten. De beperkte restverontreiniging stond niet aan het beoogde gebruik in de weg. Ook was geen termijn voor oplevering overeengekomen.
De rechtbank wees de vordering van Arns af en veroordeelde Arns tot betaling van het restantbedrag aan Biosoil, vermeerderd met wettelijke handelsrente, en in de proceskosten. De vordering van Biosoil tot incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten.
Uitkomst: Arns wordt veroordeeld tot betaling van het restantbedrag aan Biosoil, terwijl de vordering van Arns wegens tekortschieten wordt afgewezen.