ECLI:NL:RBARN:2006:AY4970
Rechtbank Arnhem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot schadevergoeding na bedrijfsongeval en verkeersongevallen
Eiser is op 10 oktober 2002 slachtoffer geworden van een bedrijfsongeval waarbij hij diverse kneuzingen opliep. Vervolgens kreeg hij twee verkeersongevallen in 2004, waarvoor Fortis en Aegon als WAM-verzekeraars aansprakelijkheid erkenden. Eiser onderging een langdurige behandeling voor psychische klachten bij het angstbehandelcentrum IPZO.
Eiser vorderde een voorschot van €30.000,- op de schadevergoeding om de behandeling voort te zetten en vakanties te bekostigen. Fortis en Aegon betwistten de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de volledige schade en voerden aan dat de psychische klachten mede door andere gebeurtenissen waren veroorzaakt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de noodzaak van de behandeling niet volledig aan de verkeersongevallen kan worden toegeschreven, mede vanwege eerdere incidenten zoals een val van de trap. Artikel 6:99 BW Pro is daarom niet van toepassing. Het aandeel van Fortis en Aegon in de schade is beperkt tot de extra behandelingsduur veroorzaakt door de verkeersongevallen, maar dit aandeel is niet exact vastgesteld.
Daarom werd de vordering afgewezen en eiser veroordeeld in de proceskosten. De rechter erkende het spoedeisend belang en de noodzaak van behandeling, maar vond onvoldoende bewijs voor de gevorderde hoofdelijke aansprakelijkheid en het gevorderde voorschot.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een voorschot op schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van hoofdelijke aansprakelijkheid.