ECLI:NL:RBARN:2006:AY6658
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens verjaring van schadevergoeding op grond van WAM na verkeersongeval
Op 30 september 2000 vond een verkeersongeval plaats waarbij eiser met zijn motorfiets ten val kwam en blijvend letsel opliep. De motorfiets was casco verzekerd bij UVM, die de dagwaarde uitkeerde en subrogatie verkreeg in de rechten van eiser. Eiser en UVM stelden het Waarborgfonds aansprakelijk voor de schadevergoeding op grond van artikel 25 juncto Pro artikel 23 WAM Pro.
Het Waarborgfonds voerde verjaring als verweer aan, aangezien de verjaringstermijn van drie jaar vanaf het ongeval was verstreken. De rechtbank oordeelde dat de bijzondere regeling van artikel 10 lid 5 WAM Pro ter zake van stuiting van de verjaring derogeert aan de algemene regeling in het Burgerlijk Wetboek. Voor stuiting is vereist dat de verzekeraar zich zodanig uitlaat dat de benadeelde niet hoeft aan te nemen dat een regeling zonder meer wordt uitgesloten.
De correspondentie tussen partijen, met name de brief van het Waarborgfonds van 19 februari 2003, bevatte een ondubbelzinnige afwijzing van aansprakelijkheid, waardoor geen sprake was van onderhandelingen die de verjaring stuiten. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde. De rechtbank wees de vordering af en veroordeelde eiser en UVM in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af wegens verjaring en veroordeelt eiser en UVM in de proceskosten.