ECLI:NL:RBARN:2006:AY9110
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende motivering voor herziening WAO-uitkering wegens visusbeperkingen
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het UWV om de WAO-uitkering per 28 oktober 2003 en 27 oktober 2004 ongewijzigd vast te stellen op een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%.
Eiser stelde dat zijn visusbeperkingen en andere beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts hun beoordelingen voldoende hadden gemotiveerd en dat eiser geen aanvullende medische informatie had overgelegd die tot een andere beoordeling zou leiden.
Hoewel de visusbeperkingen in de geduide functies niet expliciet waren meegenomen, was het besluit onvoldoende gemotiveerd waarom eiser ondanks deze beperkingen de functies zou kunnen verrichten. Echter, omdat de visusbeperkingen kennelijk uit een andere oorzaak voortkomen dan de oorspronkelijke uitkeringsgrondslag, kunnen deze niet leiden tot een herziening van de uitkering wegens toename van arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank concludeerde dat, zonder rekening te houden met de visusbeperkingen, de functies passend zijn en dat eiser met deze functies een inkomen kan verdienen dat past bij een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en er werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het UWV wordt ongegrond verklaard; de WAO-uitkering blijft ongewijzigd.