ECLI:NL:RBARN:2006:AZ1123
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet niet gerechtvaardigd wegens onvoldoende bewezen agressief gedrag
In deze zaak stond de vraag centraal of het ontslag op staande voet van de werknemer terecht was gegeven. De werkgever stelde dat de werknemer zich agressief had gedragen door een beveiligingsbeambte te beledigen, eigendommen uit haar handen te slaan, een harde klap te geven en de manager aan diens stropdas op te tillen. De kantonrechter stelde vast dat niet alle agressieve gedragingen bewezen konden worden, met name de klap in het gezicht en eerdere agressieve gedragingen waren onvoldoende onderbouwd.
De werkgever had in de ontslagbrief van 28 mei 2003 de agressieve gedragingen als grond voor het ontslag genoemd, maar de rechter oordeelde dat de werkgever niet had aangetoond dat het ontslag ook gerechtvaardigd zou zijn zonder de niet-bewezen gedragingen. Hierdoor kon het ontslag op staande voet niet standhouden.
De kantonrechter wees de vorderingen van de werknemer toe, waaronder betaling van salaris, vakantietoeslag, niet-genoten vakantiedagen, wettelijke verhoging en incassokosten. De werkgever werd veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van de stelplicht van de werkgever en het rekening houden met gedragingen direct na het ontslag.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt niet gerechtvaardigd geacht en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig salaris en bijkomende vergoedingen.