ECLI:NL:RBARN:2006:AZ1234
Rechtbank Arnhem
- Voorlopige voorziening
- F.H. de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake bouwvergunning en vrijstellingsbesluit
Verzoeker maakte bezwaar tegen een bouwvergunning en de daarbij behorende vrijstelling voor het bouwen van een dubbele garage in strijd met het bestemmingsplan. De vrijstelling was verleend met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (u.o.v.) en het ontwerpbesluit lag zes weken ter inzage. Verzoeker heeft echter geen zienswijzen tegen het ontwerp-vrijstellingsbesluit ingediend, omdat hij de publicatie gemist had.
Volgens artikel 6:13 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een belanghebbende die onverschoonbaar geen zienswijzen heeft ingediend, geen bezwaar of beroep instellen tegen het definitieve besluit. Dit geldt ook voor vrijstellingsbesluiten die met toepassing van de u.o.v. zijn voorbereid. Verzoeker is daardoor niet ontvankelijk in zijn bezwaar tegen het vrijstellingsbesluit.
Omdat de bouwvergunning niet met toepassing van de u.o.v. is voorbereid, kon tegen die vergunning wel bezwaar worden gemaakt. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt, maar alleen gericht tegen de vrijstelling. Omdat de vrijstelling rechtsgeldig is verleend en geen zelfstandige bezwaren tegen de bouwvergunning zijn aangevoerd, bestond geen weigeringsgrond meer voor de bouwvergunning.
De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden afgewezen en dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid in bezwaar tegen het vrijstellingsbesluit.