ECLI:NL:RBARN:2006:AZ1795
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deskundigenrapport over relatie oogoperatie en ziekte van Ménière
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of de oogoperatie uitgevoerd door gedaagde de oorzaak is van de bij eiser ontstane ziekte van Ménière en de daarmee samenhangende klachten. De rechtbank baseert zich op een deskundigenrapport van een hoogleraar vestibulologie, die uitgebreid onderzoek deed naar de medische situatie van eiser en de mogelijke relatie tussen de oogoperatie en de klachten.
De deskundige concludeert dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de oogoperatie en het ontstaan van de ziekte van Ménière, maar wel dat de complicaties van de operatie de binoculariteit en het afstandszien van eiser negatief hebben beïnvloed. Dit heeft het centrale compensatieproces bij het vestibulaire functieverlies bemoeilijkt, waardoor de klachten ernstiger en persisterender zijn.
De rechtbank onderschrijft deze conclusie en wijst erop dat de visueel-vestibulaire interactie wetenschappelijk erkend is, maar dat het exacte effect van optometrische correcties nog onduidelijk is. De rechtbank beveelt een nadere mondelinge toelichting van de deskundige aan om de mate van negatieve beïnvloeding in getalsmatige termen te verduidelijken en overweegt een comparitie van partijen om verdere procedurele punten te bespreken.
De procedure wordt aangehouden voor deze verdere behandeling, waarbij partijen en hun advocaten verplicht worden aanwezig te zijn. De rechtbank wijst tevens op de noodzaak van tijdige indiening van stukken en stelt een termijn voor het opgeven van verhinderdagen vast.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de ziekte van Ménière niet door de oogoperatie is veroorzaakt, maar dat complicaties het beloop van de klachten mogelijk negatief beïnvloeden.