ECLI:NL:RBARN:2006:AZ8624
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Klein Egelink
- Rechtspraak.nl
Beëindiging recht op bijstand wegens ontbreken geldige verblijfstitel in strijd met WWB niet onrechtmatig
Eiser, een vreemdeling die sinds 4 november 1999 niet langer in het bezit is van een geldige verblijfstitel, ontving tot 31 mei 2005 bijstand. Verweerder beëindigde het recht op bijstand omdat eiser niet langer gelijkgesteld kan worden aan een Nederlander op grond van artikel 11, tweede lid, WWB. Eiser stelde dat hij rechtmatig verblijf heeft of dat uitzonderingen op de WWB-regels van toepassing zijn, en voerde aan dat de zorg voor zijn kleinkinderen zeer dringende redenen vormt.
De rechtbank overwoog dat de Koppelingswet en de WWB dwingend recht zijn en dat verweerder geen beleidsvrijheid heeft om bijstand toe te kennen aan vreemdelingen zonder geldige verblijfstitel. De zorg voor kleinkinderen kan geen zeer dringende reden opleveren omdat de kleinkinderen financiële ondersteuning ontvangen. Tevens is eiser niet gerechtigd op grond van het IVRK of de Richtlijn 2003/109/EG, omdat hij niet de status van langdurig ingezetene heeft.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat het bestuursorgaan niet gehouden is aan een onjuiste wetstoepassing. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van bijstand wegens ontbreken van een geldige verblijfstitel wordt ongegrond verklaard.