ECLI:NL:RBARN:2006:BC0474
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen fictieve uitspraak bezwaar wegens gebrek aan belang
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2000 tot en met 2002, inclusief heffingsrente en boetes. Verweerder deed niet tijdig uitspraak op bezwaar, waarna eiseres beroep instelde tegen deze fictieve weigering. Nadat verweerder alsnog uitspraak op bezwaar deed, verklaarde de rechtbank het beroep tegen de fictieve weigering niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang.
Het inhoudelijke geschil betrof de verschuldigdheid van heffingsrente. De rechtbank oordeelde dat de heffingsrente terecht was berekend omdat de suppletieaangifte bijna drie jaar na het betreffende kalenderjaar was ingediend. De boetes waren bij de uitspraak op bezwaar komen te vervallen. De stelling van eiseres dat zij de belasting niet kon betalen vanwege een geschil met de Duitse belastingdienst werd niet aanvaard.
De rechtbank gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht aan eiseres en wees het beroep tegen de inhoudelijke uitspraak op bezwaar af. Er werden geen proceskosten toegekend omdat geen vergoeding in aanmerking kwam. De uitspraak werd gedaan door rechter F.M. Smit op 21 april 2006.
Uitkomst: Beroep tegen fictieve weigering niet-ontvankelijk; beroep tegen uitspraak op bezwaar ongegrond; griffierecht vergoed.