ECLI:NL:RBARN:2006:BC5042
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op arbeidskorting bij uitkering zonder tegenwoordige arbeid
Eiser ontving in 2004 inkomsten uit een schikking met het ziekenhuis na beëindiging van zijn dienstbetrekking en daarnaast een WW-uitkering. De rechtbank stelde vast dat eiser geen arbeid verrichtte in dat jaar voor het ziekenhuis, hoewel hij nog op de loonlijst stond.
De kern van het geschil betrof de vraag of eiser recht had op arbeidskorting, die volgens artikel 8.11 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geldt voor loon uit tegenwoordige arbeid. De rechtbank oordeelde dat de inkomsten uit de schikking en de WW-uitkering niet als loon uit tegenwoordige arbeid konden worden aangemerkt, maar als loon uit vroegere arbeid.
Eisers beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de juridische titel van de inkomsten verschilde van die van werknemers die wel arbeidskorting ontvingen. Ook een vergelijkbare situatie van een ander bestuurslid bood geen grond voor recht op arbeidskorting, omdat diens dienstbetrekking nog bestond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat geen recht op arbeidskorting bestaat bij uitkering zonder tegenwoordige arbeid.