ECLI:NL:RBARN:2006:BE8715
Rechtbank Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.M.F. Geerling
- A.J.H. van Suilen
- M.C.G.J. van Well
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en vergrijpboete wegens te lage verkoopwaarde bedrijfspand
De rechtbank Arnhem behandelde het beroep van Stichting [X] tegen een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en een vergrijpboete opgelegd door de Belastingdienst voor het jaar 2002. De kern van het geschil betrof de vaststelling van de waarde van een bedrijfspand dat Stichting [X] had gekocht voor € 536.527, terwijl de Belastingdienst uitging van een waarde van € 1.280.000.
Eiseres voerde aan dat de verkoopprijs op zakelijke gronden tot stand was gekomen en ondersteunde dit met drie taxatierapporten, waarvan de waarde varieerde tussen € 700.000 en € 875.000. De Belastingdienst stelde zich op het standpunt dat de waarde aanzienlijk hoger was en overhandigde een eigen taxatierapport van € 1.280.000. De rechtbank gaf meer gewicht aan het rapport van de Belastingdienst vanwege onvolkomenheden in de rapporten van eiseres en het ontbreken van inzicht in de totstandkoming van de verkoopprijs.
Daarnaast werd de opgelegde vergrijpboete van 50% bestreden door eiseres, die stelde dat zij zich niet bewust was van het verschil tussen verkoopprijs en werkelijke waarde. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres door het accepteren van een te lage prijs willens en wetens de kans aanvaardde dat de aangifte onjuist was, wat wijst op (voorwaardelijk) opzet.
Gelet op deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en zag af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van Stichting [X] tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting en vergrijpboete wordt ongegrond verklaard.