ECLI:NL:RBARN:2007:AZ6237
Rechtbank Arnhem
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging en leeftijdsdiscriminatie bij reorganisatie
De werknemer was sinds 1976 in dienst bij de werkgever en werd ontslagen in het kader van een bedrijfseconomische reorganisatie waarbij ruim vierhonderd medewerkers betroffen. De werknemer, destijds 56 jaar oud, ontving een vergoeding op basis van het Sociaal Plan dat verschillende regelingen bevatte voor diverse leeftijdscategorieën. Hij vorderde een hogere vergoeding op grond van kennelijk onredelijke opzegging en ongerechtvaardigd onderscheid op grond van leeftijd.
De werkgever stelde dat het Sociaal Plan, dat als CAO was aangemeld en mede tot stand was gekomen met vakbonden, een objectief gerechtvaardigd doel diende en passende en noodzakelijke middelen hanteerde om de financiële gevolgen van de reorganisatie te beperken en het inkomen van vertrekkende werknemers te beschermen. De kantonrechter oordeelde dat het onderscheid naar leeftijd binnen het Sociaal Plan niet in strijd was met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBGLA), omdat het doel legitiem was en de middelen passend en noodzakelijk.
De werknemer kon geen omstandigheden aanvoeren die het Sociaal Plan kennelijk onredelijk maakten jegens hem. Ook het argument dat een keuzemogelijkheid tussen vergoedingsregelingen wenselijk was, werd verworpen omdat dit het Sociaal Plan onuitvoerbaar zou maken. Het verstekvonnis dat de werknemer eerder had verkregen werd vernietigd en zijn vordering afgewezen. De werknemer werd veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, met uitzondering van de dagvaardingskosten.
Uitkomst: De vordering van de werknemer wegens kennelijk onredelijke opzegging en leeftijdsdiscriminatie wordt afgewezen en het verstekvonnis vernietigd.